Posts tonen met het label Google. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Google. Alle posts tonen

15 maart 2016

BLOG: About Chess, Tesla’s and Moore’s Law

In the news this week an item about the AlphaGo software beating South Korean player Lee Sedol 4 out of 5 times in a game named GO. That same week I read about the nearing end of Moore’s Law in The Economist. So how are these two related? And what will eventually be the impact on our business?

Let’s start with Intel co-founder Gordon Moore, who claimed in November 1971 that the

processing power of a computer chip would double roughly every two years. And how right he was. For over 44 years his Law stood firm and dictated the rhythm of the industry. The first ever microprocessor in 1971 held 2,300 transistors (electrical switches that can be turned on and off, representing the 0’s and 1’s of digital language). The 2014 Intel Xeon Haswell chip holds 5 billion.

It is difficult to grasp the full impact of Moore's Law. But think of this. In 1997 the US government needed a super computer to maintain its nuclear arsenal. It was named ASCI Red of which one customer made copy was built by IBM. It had the size of half a tennis court and was capable of 1.3 trillion calculations per second. In 2006 Sony presented the PlayStation 3. This machine doubled the speed of the ASCI Red, weighed 5 kg, could fit in a bag and was sold over 65 million times worldwide. Now that is the impact of Moore’s Law!

About Chess, Rice and Tesla's


Us human beings have difficulty understanding exponential growth. But an old parable might be the best story telling option to get to grips with it. Centuries ago an advisor created the game of Chess for his king. When asked what he wanted as a reward, the advisor asked for one grain of rice on the first section of the Chess-board, two on the second, four on the third and so on, doubling the amount every next section. The king laughed and said that he must be joking, and if he didn’t want anything else?
When the counting started only halfway the chess-board, the numbers where very large, but on the second half they were just vastly larger.

Only halfway, on the 32nd section, the king had to deliver 2.147 Billion grains of rice. And

remember, the 33rd section, this amount would double. To cut a long story short: more rice had to be delivered than was produced all over the world for years. The King learned the power of exponential growth (I wonder what happened to the advisor).

This is exactly what happened with computing-power since 1971. Imagine that the computing-power that allowed all Tesla Model S cars to drive themselves since October 2015, will have doubled in October 2017. And all robots that already are replacing work formerly done by humans, will have doubled their processing-power in two years time. And again two years later.

Through exponential growth, what sounded like science fiction a couple of years ago, now has become reality.

The End of Moore's Law

But, according to The Economist, we are approaching the end of Moore’s Law, as the
shrinking of transistors on a microchip is nearing it’s physical limits (the size of an atom). Intel admitted end of 2015 that the investments in R&D, needed to make chips quicker, have started to outpace the increase in speed that resulted from those investments. So chips will still continue to get better, but at a gradually slowing pace.

Two things are happening in parallel and/or in response to that. The first is an increased power to the big cloud-computing companies like Amazon, Google, Alibaba and Tencent. They are improving their cloud infrastructure and will be able to increase their offered computing-power the coming years by combining every single processor of all servers in their global datacenters. With ‘cloud’ we mostly think about storage, like Google Drive or Dropbox. But Cloud-computing offers especially computing-power to customers. Power that is far larger than one could get of a stand alone PC or server.


Artificial Intelligence and Deep Learning
The second movement is not about speed but about intelligence. This brings us to the
other news story last week: the AlphaGo software, built by Google-acquired startup ‘DeepMind', beat the best human player in the game of Go. GO is an ancient game that looks deceptively simple, yet is the most complex game to be solved by a computer, as it has an unpronounceable number of scenario's: 10 to the power of 80. Plus: it is rather a game of intuition than rational strategies.

This game can only be won by a computer when Artificial Intelligence (AI) is involved. Computer-learning, supported by hundreds of algorithms that learn and can copy instinctive moves from humans. This is called ‘Deep Learning’.
So if we have come to the point that computing-power (processing lots of data) combined with machine-learning algorithms (AI), the whole 44 years of Moore’s Law might turn out to be just a lightweight introduction to the real digital age.

The (business) game is on
These two examples, small news articles that you could easily miss, paint a picture of the business environment we have to operate in. The era where not only repeatable patterns are being automated and scaled in the cloud, but where intelligent predictive and prescriptive decision making and AI based consultancy will become part of our business life.

So what will this eventually mean for our rapidly changing world of work? What happens if even the Lee Sedols of this world can be automated? I have a hard time gathering my thoughts around that to be honest.

24 maart 2013

Hoe zorg je dat ROI-focus geen creativiteits-killer wordt?

Digitalisering maakt bijna alle processen en resultaten meetbaar. Doe er een scheutje economische crisis bij, en de bedrijfsagenda wordt beheerst door meetbare resultaten en efficiency. Blijft er nog wel ruimte over voor creativiteit, innovatie en werkelijk waarde toevoegen in je dienstverlening?

Nu de geldkranen zijn dichtgedraaid en de budgetten gekort, gaat de aandacht met name naar projecten en activiteiten die bijdragen aan efficiency en besparing. Dit raakt alle afdelingen binnen bedrijven, maar traditioneel wordt marketing vaak als eerste aangepakt. Met dat verschil dat voorheen álle marketingactiviteiten werden gekort, terwijl er nu een tweedeling zichtbaar is. Traditionele marketing wordt gekort en digitale, meetbare en relatief goedkope online marketing krijgt aandacht. 


Procter & Gamble gaf vorig jaar het startschot door het marketing budget met $1 Miljard terug te schroeven. Het bedrijf wil (bijna) alles digitaal doen en zo efficiënter 
haar klanten bereiken. Onderzoek eind vorig jaar in het Verenigd Koninkrijk onder 300 bedrijven, liet zien dat het marketingbudget omlaag ging voor vrijwel alle marketingelementen, behalve digitaal. Marketing teams richten zich nu op projecten met een duidelijke, liefst korte termijn, ROI (Return on Investment). Zoekmachinemarketing, social media, content marketing, bannering, mailcampagne's, en dergelijke. Investeringen worden afgerekend in ROI en gerapporteerd in KPI's (Key Performance Indicators) als indicator voor het succes van het project: cost-per-click, cost-per-fan, interactie-per-1000, opkomst, aantal calls, aantal leads, bereik, click-through-rates en het vullen van de juiste CRM-velden, om er een paar te noemen.


Onderscheidend vermogen

Wat doet die meetbaarheidsgestuurde aanpak met je onderscheidend vermogen? 

Natuurlijk moet je de efficiency en meetbaarheid binnen je organisatie goed voor elkaar hebben, maar het levert je op langere termijn geen structureel voordeel op. 

Op dit moment is het wellicht nog mogelijk om je te onderscheiden met een volledig zoekmachine geoptimaliseerde website, mooie profielanalyses uit je berg big-data, of het goedkoop aanbieden van je producten door een heel efficient productieproces. Op lange termijn loopt je onderscheidend vermogen echter weg, want het gebruik van technologie is kopieerbaar. Uiteindelijk wordt het een hygiëne-factor die door de markt als logisch onderdeel van je basisdienstverlening wordt gezien. Zo was de vindbaarheid op Google bijvoorbeeld voorheen onderscheidend. Nu zie je dat op grote schaal bedrijven zoekmachine-optimalisatie hebben doorgevoerd, of op dit moment druk bezig zijn dit voor elkaar te krijgen. 

In een wereld waar alles digitaliseert en technologie steeds laagdrempeliger en breder beschikbaar is, waar branches en vakgebieden vervagen, overlappen of soms zelfs samensmelten, en waar de concurrentie moordend is, moet je als bedrijf iets anders doen om écht structureel en onderscheidend waarde toe te voegen voor je klanten. Je moet Iets leveren dat een ander niet zomaar kan kopiëren. 

Het matchen van een klantprobleem met een maatwerk oplossingen is doorgaans te complex om (helemaal) te automatiseren. Het is een proces dat vraagt om interpretatie, creativiteit en maatwerk. Het vraagt dus om mensenwerk. Om interactie tussen mensen, elkaar begrijpen, aanvullen, versterken. Verbinden om met synergie van kennis en ervaring het probleem te doorzien en die oplossing te bieden die het beste werkt. 


Voorbeelden van weg-geautomatiseerde toegevoegde waarde

Bron: DeanMcMann.com
Zeker in markten met wat homogenere producten zie je mooi de beweging waarbij aanvankelijk concurrentievoordeel na verloop van tijd weg-geautomatiseerd is. Organisaties moesten en moeten op zoek naar nieuw onderscheidend vermogen, nieuw bestaandrecht in de ogen van hun klanten. 

Neem de wereld van telecom. Voorheen konden bedrijven als KPN en British Telecom leven van telefoontikken, telefooncentrales en de verhuur van data-verbindingen tussen bedrijven. Meetbare, technische, rationele producten. Door technologische ontwikkelingen is de concurrentie in prijs, en het aanbod van alternatieven, zo groot geworden, dat deze diensten nauwelijks nog marge brengen. Laat staan concurrentievoordeel. De telecomsector probeert dan ook zichzelf te transformeren naar 'solution selling'. Bedrijfsoplossingen op maat in onder andere beveiliging, disaster recovery, online samenwerking en outsourcing van diensten 'in de cloud'. 
Niet alleen in branches, maar ook binnen vakgebieden 
zie je de verschuiving van waardecreatie

Of de financiële wereld. Het bankwezen verdiende geld met transacties. Kasopnames, overboekingen, beleggingen. Meetbare processen met een zekere routine. Door automatisering en digitalisering voegen banken hier eigenlijk nauwelijks nog waarde toe. Hooguit door een gebruiksvriendelijke site voor internetbankieren of een mobiele app. In theorie zou een andere partij de totaal geautomatiseerde geldstromen ook kunnen afhandelen, en waarschijnlijk door minder overhead nog veel goedkoper ook. Wie weet wat Google Wallet in dat opzicht nog gaat brengen. Of wat als Apple zelf kredietdiensten gaat aanbieden en zo de credit card maatschappijen buiten spel zet? Banken moeten nu toegevoegde waarde zien te vinden in complexere dienstverlening om hun toegevoegde waarde in de ogen van de klant duidelijk te maken. Een uitdaging waar ze nog niet uit zijn.

Deze voorbeelden hebben gemeen dat het voormalige basisproces zo geoptimaliseerd en geautomatiseerd is dat er eigenlijk geen toegevoegde waarde meer op te bieden valt, en dus ook nauwelijks nog marge voor te vragen is.


Paradox: ROI en KPI's vs onderscheidende ideeën

De paradox die een crisistijd als deze met zich meebrengt is dat bedrijven alle (marketing)doelen inrichten op terugverdientijd, besparen en efficiency.

Natuurlijk moet dit een gezond onderdeel van beleid zijn. Maar het knijpt wel de ruimte af voor ideeën, creativiteit en het opbouwen van relaties. De ruimte om een paar pogingen te mogen doen en zo tot innovatie te komen. Dat is wat bedrijven nodig hebben om op langere termijn bestaansrecht te hebben. 
"The essential part of creativity is not being afraid to fail." — Edwin H. Land
"The things we fear most in organizations—fluctuations, disturbances, imbalances—re the primary sources of creativity." — Margaret J. Wheatley
Juist nu moet er budget zijn voor pilots, voor het samenbrengen van mensen en hun ervaringen en visie, voor het maken van fouten, voor het nemen van tijd om een creatief proces tot bloei te laten komen. Midden in het tijdperk van technologische en meetbare ontwikkelingen is het samenbrengen van mensen de sleutel naar het oplossen van de echte problemen van je klant. 

Drie mogelijke stappen om van ROI-focus geen creativiteits-killer te maken

De kern van deze drie mogelijke stappen is dat je als organisatie zorgt dat je medewerkers het beste uit zichzelf en elkaar kunnen halen. Daarmee laat je ze met energie en verbinding tot oplossingen komen die niet met ROI, KPI en andere drie-letterige-monsters af te dwingen zijn. 

1. Geef ruimte binnen de strakke kaders van ROI en KPI's

Alhoewel marketing het aangewezen team is waar creativiteit en innovatie kunnen ontstaan, is juist de interactie met andere teams en disciplines belangrijk. Dus de ruimte om zonder druk ideeën te delen en te laten opbloeien moet organisatiebreed zijn. Juist op het kruispunt van verschillende vakgebieden ontstaan vaak nieuwe producten en services.

Deze ruimte kan wekelijks gegeven worden in de vorm van een aantal uren om out-of-the-box gesprekken aan te gaan. Maak het een onderdeel van de agenda's en plan bewust multidisciplinaire brainstorms in. Of maak het onderdeel van beoordelingen en jaardoelen, waarbij de meetbaarheid zich beperkt tot een aantal uren per kwartaal die hieraan besteed moeten/mogen worden.

2. Ontsluit de kennis en ervaring binnen je organisatie

Buiten de muren van de organisatie maakt iedereen gebruik van sociale netwerken als LinkedIn, Facebook en Twitter. Gebruik de onderliggende kracht van deze sociale netwerken, waarin mensen elkaar vinden op interesse en elkaar verrijken. Zorg voor een intern sociaal netwerk. Hierop kunnen, los van hiërarchie, lokatie of afdelingen, gesprekken ontstaan tussen mensen. Medewerkers kunnen elkaar vinden en volgen zonder mogelijke beperkingen van afdelingsmuren. Bouw aan collectieve kennis en laat synergie ontstaan.

3. Breng je interne kennis in contact met de rest van de wereld

Volgens het gezegde weten twee meer dan één. Als de eigen organisatie één is, dan maakt contact met de buitenwereld twee. Nu klinkt dat misschien wat dramatisch want dat contact is er natuurlijk wel: account managers bij klanten, winkelpersoneel, intercedenten, commercieel medewerkers en dergelijke. Allemaal groepen medewerkers die spreken met klanten, leveranciers, prospects. 

Maar maximaliseer nu eens de contacten tussen je organisatie en de rest van de wereld. En dat zonder beperkingen of harde KPI's. Er is zoveel kennis beschikbaar. Er kunnen zoveel contacten gelegd worden die weer leiden tot het beter kennen van de markt, behoeften van klanten en prospects, opmerkingen en verbeterpunten van je diensten en producten, het delen van eigen kennis die weer bijdraagt aan aanzien van de organisatie als expert. 

Ook hier zijn de bekende sociale netwerken de perfecte bron en structuur om eigen medewerkers op verkenning te laten gaan. Nut de mogelijkheden van LinkedIn-groepen uit, Twitter voor het volgen van nieuws en interactie, blogcommunities rondom vakgebieden, contact met vakgenoten en andere professionals.

Niet geschikt voor old-school managers

Deze stappen zijn lastig voor old-school-management. Het vraagt om vertrouwen in mensen en het loslaten van controle. Het vraagt om facilitair leiderschap in plaats van directief. Het vraagt om ROI en KPI gedreven sturing op de efficiency onderdelen van de dienstverlening, en juist ruimte voor een blik naar buiten, innovatie, fouten en groei op de onderdelen waar het bedrijf werkelijke waarde kan toevoegen. Als leider moet je durf en vertrouwen hebben om juist in deze tijden van crisis ook middellang/lange termijn te denken.

Radi Jaarsma


24 mei 2012

Wat leren Hyves en MySpace ons over sociale netwerken?



Het zal niemand ontgaan zijn: op Facebook Friday 18 mei ging Facebook officieel naar de beurs. En het voelde als een omslagpunt, maar niet richting blijdschap, groei en mogelijkheden. In alle media stond teleurstelling voorop. Ik heb ook geen enkele bekende op Facebook gehoord die het mooi, leuk of 'cool' vond. Integendeel. Een sociaal netwerk en miljarden verdienen, een vreemde combinatie.


Wat kunnen Hyves en MySpace ons leren over sociale netwerken, en over Facebook in het bijzonder? Eens waren dit in hun eigen setting grote hippe en populaire netwerken. Beiden zijn gedecimeerd, en dat ging in beide gevallen binnen anderhalf jaar.


MySpace in anderhalf jaar kapot

In 2005 kocht Rupert Murdoch, van News Corp., MySpace voor $580 miljoen. Tot 2008 was MySpace met 73,7 miljoen unieke bezoekers per maand wereldwijd de best bezochte website. In april 2008 was Facebook met 116 miljoen bezoekers voor het eerst groter dan MySpace met 115 miljoen. Een maand later was het verschil al ruim 10 miljoen bezoekers. 

Krap twee jaar later, 2010, verkocht News Corp. wat nog over was van MySpace voor $35 miljoen. De site was volledig ingestort in een recordtijd. De oorzaak? Niets meer en niets minder dan dat alle bezoekers wegbleven. Een intuïtievere interface en minder advertenties werden genoemd als belangrijkste reden.

Hyves? In anderhalf jaar kapot

Hyves - Always in touch with your friends, in 2007
Hyves werd eind 2004 opgericht door Raymond Spanjar, een leuk idee om klasgenoten online te spreken. Een gat in de markt. In 2007 werd Hyves de populairste Nederlandse website. Op het hoogtepunt, 2009, had de website ruim 10 miljoen leden (dat wil zeggen, aangemaakte profielen) en dagelijks ruim 350.000 unieke bezoekers. De groei zwakte achter sterk af, mede door de komst van een concurrerend alternatief: Facebook. 


Eigenlijk lijkt het verhaal heel sterk op dat van MySpace: een rommelige interface, de opinieleiders die al op zoek waren naar wat anders, het 'jonkies' imago en uiteindelijk een goed alternatief. In augustus 2011 had Facebook in Nederland voor het eerst meer leden dan Hyves. Op het moment dat News Corp. MySpace verkocht voor een habbekrats, besloot de Telegraaf MediaGroep in november 2010 ruim €43 miljoen neer te leggen voor Hyves. Nog altijd volstrekt onbegrijpelijk waarom ze dat deden. Je hoeft echt geen kenner te zijn om op dat moment de veilige voorspelling te doen dat het over was met Hyves. Een boom waarvan de wortels al lang waren doorgehakt. Zeggen dat je niet meer Hyvet werd hip. Vele spookprofielen van mensen die al naar Facebook waren vertrokken. 

Op dit moment, bijna anderhalf jaar na de aankoop door TMG, heeft Hyves nog krap 3 miljoen gebruikers over. 

Mensen zijn loyaal aan vrienden, niet aan een netwerk

Verloop pageviews Hyves na 2010
Hyves en MySpace leren ons dat mensen loyaal zijn aan vrienden, aan hun eigen netwerk, aan de waarde die zij krijgen van hun netwerken. Ze zijn niet loyaal aan het medium zelf. Als er nog geen goed alternatief is, zoals het geval was bij Hyves, en MySpace, dan blijven de leden trouw. Die schijn-loyaliteit maskeert dat er al onvrede is over gebruiksvriendelijkheid, commercialiteit of het imago van het netwerk (mainstream, kinds, goedkoop, etc.). 

De opinieleiders binnen de vriendengroepjes waren al aan het rondkijken toen Hyves nog booming was. Op het moment dat er een alternatief opkwam bleek de uitstroom onomkeerbaar. Facebook diende zich aan. De uitstroom begon met deze opinieleiders, de 'early adopters'. Zij kiezen welbewust voor een nieuw netwerk. Binnen hun vriendengroepen hebben zij een belangrijke autoriteit. Zij zijn in staat om vrienden mee te nemen naar een ander medium. Wat volgt is de natuurlijke golfbeweging: als er een kritieke meerderheid om is, dan is de vloedgolf niet meer in te dammen. 

Eigenlijk een oude wetmatigheid: de klant is koning. Als je klanten vertrekken, kun je de tent opdoeken.

En nu... Facebook. Nog anderhalf jaar

En nu Facebook. De beursgang leverde ruim $100 per profiel op. Ruim $100 miljard (op dit moment heeft Facebook 900 miljoen leden). Wat is de activa van Facebook? Een groot serverpark en de gebruikers. Iedere Facebookgebruiker is nu 'eigendom' van Facebook. De gebruikers maken de omzet. Neem de gebruikers weg, en er blijft niets over. Net als dat gebeurde met Hyves, MySpace en Second Life. Zonder leden geen advertentieverkopen of betaald game-gebruik.  

Een aandeel kostte $38, 78x
de verwachte winst
Er zijn al veel mensen in mijn netwerk waar de onvrede over Facebook hoorbaar wordt. Ik vermoed dat je het in je eigen netwerk ook hoort. Het opdringen door Facebook van de Timeline, de trage en vaak crashende mobiele apps van Facebook, de slechte zoekmachine (Facebook weet alles van me, maar kan geen zoekresultaten presenteren die bijvoorbeeld op afstand van mijn woonplaats zijn gesorteerd. Of probeer eens, ik noem maar wat, 'Peter Brusse' te vinden. Hoe moet ik uit al die namen de juiste filteren?). 


En ten slotte de beursgang zelf. Social media gebruikers zijn erg gevoelig voor teveel commercialiteit. Geen enkele gebruiker is iets met de beursgang opgeschoten, hen is niets gevraagd, mij niet en jou niet. Het enige dat we zien, is dat de banken de boel weer bedonderen, en dat Mark Zuckerberg miljardair is geworden. Alle Facebookers beseffen zich terdege dat het over hun hoofd moet worden terugverdiend. 

What's in it for us? Die opgedrongen timeline, slechte zoekmachine en belabberde apps? Nu de miljarden over tafel vliegen, wekt dat enorme irritatie. Overstappen naar een ander netwerk doe je niet snel, juist omdat je hele vriendenkring op Facebook zit. Maar dat de gedachte zich opdringt is al veelzeggend. Als er een concurrent komt die werkelijk meerwaarde weet te bieden, dan kan de exodus net zo snel gaan als wat we al eerder zagen bij Hyves en MySpace. Nog even dan word het hip om te zeggen dat je niet meer Facebooked. 


De oprichter van Hyves, die tijdig vertrok bij het netwerk, koopt in ieder geval geen Facebook aandelen.

What's next?

Is er al een aantrekkelijk platform in zicht als alternatief? 
Zelf heb ik een zwak voor Google+. Mooie cleane interface, naadloze integratie met de zoekmachine en het kunnen combineren van verschillende doelgroepen in één platform in kringen. Welk netwerk werkelijk de positie van Facebook gaat overnemen is echter nog niet duidelijk. 

In ieder geval zullen de volgende elementen van groot belang zijn voor de opvolger:
  • Volledig mobiel
  • Uitstekende (social) zoekmachine
  • Aggregatie van functies die nu versplinterd over verschillende platforms zijn (foto's, muziek, video, zoekmachine, professioneel en persoonlijk netwerk, locatiediensten
  • Maar vooral: de gebruiker voorop, want voor een sociaal netwerk is dat de enige echte activa die er toe doet